Strafrecht overig
Het rijden van een personenauto, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Naar het oordeel van het hof…
Gerechtshof Amsterdam, 10 juli 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2542 · Gerechtshof Amsterdam · 10 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-2542
Zaakgegevens
Op 10 juli 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 juli 2019
- Datum publicatie
- 19 juli 2019
- Zaaknummer
- 23-001971-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2542
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het rijden van een personenauto, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte recht op strafmatiging, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-029358-18
parketnummer hoger beroep : 23-001971-18
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 10 juli 2019 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 mei 2018 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.
gepleegd
feit 1:
op 6 februari 2018 te IJmuiden, gemeente Velsen.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, in bijzijn van C.N. Aalders, griffier.
mr. M.F.J.M. de Werd
De verdachte heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.