Strafrecht overig

Het overtreden van een gebiedsverbod en het plegen van diefstal van goederen, toebehorende aan de Albert Heijn

Gerechtshof Amsterdam, 10 juli 2019

Zaakgegevens

Op 10 juli 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
10 juli 2019
Datum publicatie
19 juli 2019
Zaaknummer
23-002567-18
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:2545
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het overtreden van een gebiedsverbod en het plegen van diefstal van goederen, toebehorende aan de Albert Heijn

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 15-131547-18

parketnummer hoger beroep : 23-002567-18

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 10 juli 2019 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 juli 2018 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats]

adres: [adres]

Kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 57, 184 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

gepleegd
feit 1:
op 5 juli 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer;
feit 2:
op 5 juli 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, in bijzijn van C.N. Aalders, griffier.

mr. M.F.J.M. de Werd