Strafrecht overig
Het hof verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Gerechtshof Amsterdam, 9 juli 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2911 · Gerechtshof Amsterdam · 9 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-2911
Zaakgegevens
Op 9 juli 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Datum publicatie
- 9 augustus 2019
- Zaaknummer
- 23-002611-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2911
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002611-18
datum uitspraak: 9 juli 2019
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 13-702348-16 en 13-095504-15 (TUL) tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1976,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
Ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2019 is geconstateerd dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op rechtsgeldige wijze aan de verdachte is betekend. Immers is de dagvaarding niet betekend op het adres [adres], zijnde het BRP-adres van de verdachte met ingang van 24 juni 2019. Blijkens de aktes van uitreiking is gepoogd de dagvaarding uit te reiken op twee andere adressen, evenwel werd daar niemand aangetroffen of werd medegedeeld dat de verdachte daar niet meer woonachtig was.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M. van der Nat, mr. C. Fetter en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 juli 2019.
Mr. C. Fetter en mr. M.J. Dubelaar zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.