Strafrecht overig
Lijfsdwang. Verlening verlof lijfsdwang voor 540 dagen. De veroordeelde heeft naar voren gebracht dat hij…
ECLI:NL:GHAMS:2019:2944 · Gerechtshof Amsterdam · 12 augustus 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-2944
Zaakgegevens
Op 12 augustus 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2019
- Datum publicatie
- 12 augustus 2019
- Zaaknummer
- 000266-19 / 23-001079-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2944
Samenvatting
Lijfsdwang. Verlening verlof lijfsdwang voor 540 dagen. De veroordeelde heeft naar voren gebracht dat hij niet in staat is meer dan enkele honderden euro’s per maand te betalen. Het is aan de veroordeelde om eventuele betalingsonmacht aannemelijk te maken
Uitspraak
Inhoudsopgave
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: 000266-19
Parketnummer: 23-001079-13
Datum uitspraak: 5 augustus 2019
Beschikking gegeven op de vordering van het openbaar ministerie , op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering ingediend tegen de veroordeelde:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1953,
adres: [adres].
Procesgang
Dit gerechtshof heeft bij arrest van 22 januari 2016 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 625.184,32.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 21 november 2017 het bedrag verminderd naar € 615.184,32. De ontnemingsmaatregel is op 21 november 2017 dan ook onherroepelijk geworden.
De advocaat-generaal heeft op 1 maart 2019 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering bij dit gerechtshof ingediend voor de duur van 540 dagen, vanwege het na gedeeltelijk voldoen (in verband met het conservatoir beslag) nog openstaande bedrag van € 483.228,12
Het verzoek is door de raadkamer van het hof op 12 juli 2019 in het openbaar behandeld. Daarbij zijn gehoord de veroordeelde en de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering. De veroordeelde heeft naar voren gebracht dat hij niet in staat is meer dan enkele honderden euro’s per maand te betalen.
Beoordeling
Indien de veroordeelde niet voldoet aan het vonnis of arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, kan de rechter op vordering van het Openbaar Ministerie verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang van ten hoogste drie jaar verlenen.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen.
De veroordeelde heeft naar voren gebracht dat hij niet in staat is meer dan enkele honderden euro’s per maand te betalen.
Het hof stelt naar aanleiding van het onderzoek op de zitting vast dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan de betalingsverplichting en dat volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op zijn vermogen niet mogelijk is gebleken.
Het is aan de veroordeelde om eventuele betalingsonmacht aannemelijk te maken. Het hof stelt vast dat de veroordeelde noch bij het CJIB, noch ter terechtzitting voldoende inzage heeft gegeven in zijn vermogenspositie. Hij heeft geen inzage gegeven in zijn bankafschriften en ook niet op andere wijze volledige inzage gegeven in zijn inkomsten en vermogen. De veroordeelde heeft weliswaar gesteld dat hij inmiddels € 200,- à € 300,- per maand zou kunnen betalen, maar verzuimd om onmacht tot betaling van een hoger bedrag aannemelijk te maken.
De vordering tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang is daarom voor toewijzing vatbaar.
Het hof zal, nu niet is gebleken van feiten en omstandigheden die een andere beslissing rechtvaardigen, de vordering toewijzen en verlof verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van 540 dagen.
Beslissing
Het hof:
Verleent verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang;
Bepaalt de duur van de lijfsdwang op 540 (vijfhonderdveertig) dagen.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. A.P.M. van Rijn en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 augustus 2019.