Strafrecht overig
Bevestiging, behalve ten aanzien van de strafoplegging en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen…
ECLI:NL:GHAMS:2019:5152 · Gerechtshof Amsterdam · 30 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-5152
Zaakgegevens
Op 30 januari 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 januari 2019
- Datum publicatie
- 21 oktober 2021
- Zaaknummer
- 23-001105-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:5152
Samenvatting
Bevestiging, behalve ten aanzien van de strafoplegging en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, uitgewerkt zal opnemen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001105-18
Datum uitspraak: 30 januari 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 maart 2018 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-014004-18 en 13-018955-18 en 13-023619-18 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1988,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
30 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, uitgewerkt zal opnemen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Schuldigverklaring zonder oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder parketnummers 13-014004-18, 13-018955-18 en 13-023619-18 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 dagen met aftrek van het voorarrest
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat verdachte momenteel de ISD-maatregel ondergaat. Begin november 2018 is de verdachte met deze maatregel gestart. Er is een behandelplan opgesteld met daarin aandacht voor de verslavingsproblematiek van de verdachte en zijn huisvesting. De behandeling, voor zover deze reeds is aangevangen, lijkt een positief effect te hebben op verdachte. Het hof heeft geconstateerd dat de onderhavige feiten zijn gepleegd voordat genoemde maatregel werd opgelegd en deze zijn soortgelijk aan de toen berechte feiten. Het hof acht het aannemelijk dat, ware de nu aan de orde zijnde feiten tegelijk met die feiten berecht, dit niet tot een andere uitkomst had geleid. Het hof acht het voorts onwenselijk de verdachte na afronding van zijn ISD-traject nogmaals te confronteren met een strafrechtelijke sanctie in deze zaak.
In verband met bovenstaande acht het hof het raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd ten aanzien van het onder parketnummers 13-014004-18, 13-018955-18 en 13-023619-18 bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Bepaalt dat ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-014004-18 en in de zaak met parketnummer 13-018955-18 en in de zaak met parketnummer 13-023619-18 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. A.M. van Amsterdam en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van
mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
30 januari 2019.