Strafrecht overig
Vrijspraak; openbare geweldspleging dan wel mishandeling
ECLI:NL:GHAMS:2020:39 · Gerechtshof Amsterdam · 14 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2020-39
Zaakgegevens
Op 14 januari 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 januari 2020
- Datum publicatie
- 14 januari 2020
- Zaaknummer
- 23-000025-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:39
Samenvatting
Vrijspraak; openbare geweldspleging dan wel mishandeling
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000025-19
Datum uitspraak: 14 januari 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 december 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-201736-18 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
12 december 2019 en 14 januari 2020, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in eerste aanleg door de politierechter toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
primair
zij op of omstreeks 5 mei 2018 te Heerhugowaard, openlijk, te weten, op of aan de [plek], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] door die [benadeelde] (met kracht) vast te pakken bij het (boven)lichaam en/of bij de haren en/of te duwen en/of te slaan/stompen in/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of te krabben op het lichaam;
subsidiair
zij op of omstreeks 5 mei 2018 te Heerhugowaard, [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] (met kracht) vast te pakken bij het (boven)lichaam en/of bij de haren en/of te duwen en/of te slaan/stompen in/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of te krabben op het lichaam.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het primair ten laste gelegde bewezen zal worden verklaard en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Vrijspraak
Het hof is van oordeel dat uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld wat de precieze toedracht is geweest van hetgeen op 5 mei 2018 aan het [plek] te Heerhugowaard is voorgevallen. De aangever [benadeelde] en diens echtgenote, de getuige [getuige 1], enerzijds en de verdachte, haar broer en tevens medeverdachte en diens echtgenote, de getuige [getuige 2], anderzijds hebben uiteenlopend en op essentiële onderdelen tegenstrijdig verklaard over hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens het incident. Objectieve bewijsmiddelen op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het primair tenlastegelegde openlijk geweld tegen de aangever dan wel de subsidiair tenlastegelegde mishandeling van deze ontbreken in het dossier. Weliswaar biedt het dossier enige aanknopingspunten voor de verklaring van de aangever [benadeelde], hetzelfde geldt voor de verklaring van de verdachte.
Het hof is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte het primair dan wel subsidiair tenlastegelegde heeft begaan ontbreekt, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.847,73, bestaande uit € 847,73 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00, bestaande uit € 250,00 materiële schade en € 250,00 immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair dan wel het subsidiair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. J.W.H.G. Loyson, in tegenwoordigheid van C.N. Aalders, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
14 januari 2020.
=========================================================================
[…]