Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam, 19 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 19 oktober 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
19 oktober 2020
Datum publicatie
26 januari 2022
Zaaknummer
23-000540-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:4036
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

unus, mishandeling

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 15-184250-19

parketnummer hoger beroep : 23-003981-19

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 19 oktober 2020 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 oktober 2019 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ([geboorteland])

adres: [adres 1].

Door de raadsman ter terechtzitting opgegeven nieuw adres van verdachte:

[adres 2].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en het onder 2 bewezenverklaarde levert telkens op:

mishandeling.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 22c, 22d, 57, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

gepleegd

feit 1:
op 6 januari 2019 te Beverwijk;

feit 2:
op 8 januari 2019 te Zaandam, gemeente Zaanstad.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Het hof houdt rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), zodat het de toepasselijke wettelijke voorschriften daarmee aanvult.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Gewezen door mr. M. Senden, in bijzijn van M. de Waard, griffier.

mr. M. Senden