Strafrecht overig

overtreding van het bepaalde in artikel 2.52, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.

Zaakgegevens

Op 26 november 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
26 november 2020
Datum publicatie
26 januari 2022
Zaaknummer
23-003379-19
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:4038
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

overtreding van het bepaalde in artikel 2.52, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer(s) eerste aanleg : 96-133195-19 en 96-098893-18 (TUL)

parketnummer hoger beroep : 23-003379-19

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 26 november 2020 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 11 september 2019 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1946 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van het bepaalde in artikel 2.52, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2.52 en 6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

gepleegd
op 16 februari 2019 te Amsterdam.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. onder CJIB nummer [nummer].

Ten aanzien van het bewezenverklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 10 (tien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kantonrechter Amsterdam van 5 juli 2018, parketnummer 96-098893-18, te weten een taakstraf voor de duur van 16 (zestien) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van M.E. de Waard, griffier.

mr. N.A. Schimmel