Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam, 7 februari 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:523 · Gerechtshof Amsterdam · 7 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2020-523
Zaakgegevens
Op 7 februari 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 februari 2020
- Datum publicatie
- 21 februari 2020
- Zaaknummer
- 23-003086-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:523
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vte n-o; hb te laat
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003086-19
datum uitspraak: 7 februari 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 mei 2019 in de strafzaak onder parketnummer 81-067312-19 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
adres: [adres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
7 februari 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is bij vonnis van 13 mei 2019 bij verstek veroordeeld door de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland
Bij brief van 14 augustus 2019 heeft de verdachte aangegeven dat hij wist van de zitting bij de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland.
Tegen voormeld vonnis van 13 mei 2019 heeft de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 19 augustus 2019.
Nu de verdachte op de hoogte was van de zitting van 13 mei 2019 en het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard nu niet is gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. N.A. Schimmel en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 februari 2020.
Mr. van Die is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.