Strafrecht overig
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep (416 lid 2)
Gerechtshof Amsterdam, 27 januari 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:787 · Gerechtshof Amsterdam · 27 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2020-787
Zaakgegevens
Op 27 januari 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 januari 2020
- Datum publicatie
- 13 maart 2020
- Zaaknummer
- 23-000034-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:787
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep (416 lid 2)
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000034-19
datum uitspraak: 27 januari 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-728020-17 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
thans gedetineerd in P.I. Veenhuizen, locatie Esserheem, te Veenhuizen.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
27 januari 2020.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep, en het standpunt van de raadsvrouw van de verdachte.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De raadsvrouw heeft bij brief van 24 januari 2020 en ter terechtzitting van 27 januari 2020 namens de verdachte te kennen gegeven dat hij zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat hij het hof verzoekt hem op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk te verklaren. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak wordt de verdachte om die reden niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. F.M.D. Aardema en mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 januari 2020.
De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.