Strafrecht overig
Officier van justitie niet ontvankelijk in ingestelde hoger beroep, nu schriftuur houdende grieven niet…
ECLI:NL:GHAMS:2021:1354 · Gerechtshof Amsterdam · 30 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-1354
Zaakgegevens
Op 30 april 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 april 2021
- Datum publicatie
- 11 mei 2021
- Zaaknummer
- 23-002732-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1354
Samenvatting
Officier van justitie niet ontvankelijk in ingestelde hoger beroep, nu schriftuur houdende grieven niet binnen 14 dagen is ingediend en termijn van art. 410, eerste lid Sv is overschreden (Coronagerelateerde strafzaken).
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002732-20
datum uitspraak: 30 april 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 november 2020 in de strafzaak onder parketnummer 96-208961-20 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 april 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
De verdachte is door de kantonrechter op 30 november 2020 vrijgesproken van de hem tenlastegelegde overtreding van artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht.
Het openbaar ministerie heeft op 1 december 2020 hoger beroep ingesteld. Op 22 december 2020 heeft de officier van justitie een schriftuur ingediend. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal naar voren gebracht dat er geen redenen zijn voor het niet tijdig indienen van de schriftuur, maar dat, gelet op het ontbreken van enig belang aan de zijde van de verdediging, het openbaar ministerie toch kan worden ontvangen in het hoger beroep. Dit geldt temeer daar het hoger beroep slechts één dag na de uitspraak door het openbaar ministerie is ingesteld.
Het hof stelt vast dat de officier van justitie niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur heeft ingediend bij de griffie van de rechtbank, zodat de daarvoor in artikel 410, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn met 7 dagen is overschreden.
Ofschoon sprake is van een geringe overschrijding, is het hof van oordeel dat, nu voor die overschrijding geen enkele reden bestaat en sprake is van een betrekkelijk eenvoudige zaak betreffende een vrijspraak van een overtreding - bij afweging van de belangen - het belang van de geschonden wetsbepaling zwaarder weegt dan het belang van strafvordering in dit appel. Dat het hoger beroep slechts één dag na de uitspraak van de kantonrechter is ingesteld maakt dit niet anders.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. D. Radder en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 april 2021.
Mr. M. Senden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.