Strafrecht overig
ISD-maatregel, tussentijdse beoordeling, bevestiging
ECLI:NL:GHAMS:2021:2139 · Gerechtshof Amsterdam · 16 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-2139
Zaakgegevens
Op 16 april 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 april 2021
- Datum publicatie
- 20 juli 2021
- Zaaknummer
- 23-002645-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2139
Samenvatting
ISD-maatregel, tussentijdse beoordeling, bevestiging
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002645-20
datum uitspraak: 16 april 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 november 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 15-192395-20 en 15-123377-19 (TUL) tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof bepaalt dat uiterlijk twaalf maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders ter terechtzitting van de rechtbank Noord-Holland een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden over de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Het hof bepaalt bovendien dat het openbaar ministerie uiterlijk drie maanden voor dat tijdstip, de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Hetgeen de verdachte en de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren hebben gebracht heeft het hof niet gebracht tot andere beslissingen en overwegingen dan hiervoor vermeld.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Bepaalt dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel na ommekomst van één jaar wordt getoetst.
Bepaalt dat het openbaar ministerie uiterlijk drie maanden voor dat tijdstip de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M.R. Cox,
in tegenwoordigheid van mr. W. Albers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 april 2021.
Mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest te mede ondertekenen.
=========================================================================
[…]