Strafrecht overig
verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep
Gerechtshof Amsterdam, 14 januari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:252 · Gerechtshof Amsterdam · 14 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-252
Zaakgegevens
Op 14 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 januari 2021
- Datum publicatie
- 2 februari 2021
- Zaaknummer
- 23-001107-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:252
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001107-20
datum uitspraak: 14 januari 2021
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis
van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2020 in gevoegde strafzaken onder
de parketnummers 13-031772-20 en 13-067013-20, alsmede 05-038591-19 (TUL) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1989,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
14 januari 2021.
De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde
hoger beroep onder toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is op 8 oktober 2020 aangevangen en geschorst.
Blijkens het e-mailbericht van de raadsvrouw van 12 januari 2021 heeft de verdachte de raadsvrouw aangegeven niet langer bezwaren tegen het vonnis waarvan beroep te hebben. De raadsvrouw verzoekt, nu er niet langer grieven tegen het vonnis bestaan en het hoger beroep niet meer kan worden ingetrokken, de verdachte in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Gelet daarop en het gelijkluidende standpunt van de advocaat-generaal zal de verdachte - aangezien
ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak - gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. S. Clement, mr. V. Mul en mr. J.H.C. van Ginhoven, in tegenwoordigheid van
mr. D. Damman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof
van 14 januari 2021.