Strafrecht overig
Niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
ECLI:NL:GHAMS:2021:306 · Gerechtshof Amsterdam · 7 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-306
Zaakgegevens
Op 7 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 januari 2021
- Datum publicatie
- 9 februari 2021
- Zaaknummer
- 23-000679-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:306
Samenvatting
Niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000679-19
datum uitspraak: 7 januari 2021
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-235315-18 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1983,
adres: [adres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 januari 2021.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot
niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. P.F.E. Geerlings en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid van I.A. de Bruijne en mr. R.L. Vermeulen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 januari 2021.
De voorzitter, de oudste raadsheer en mr. R.L. Vermeulen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.