Strafrecht overig

bevestiging met aanvulling bewijsmiddelen

Gerechtshof Amsterdam, 7 september 2021

Zaakgegevens

Op 7 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
7 september 2021
Datum publicatie
25 oktober 2021
Zaaknummer
23-000498-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3193
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bevestiging met aanvulling bewijsmiddelen

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000498-21

datum uitspraak: 7 september 2021

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 25 februari 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 15-279172-20 en 15-191416-19 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

zonder vaste woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wegens openlijke geweldpleging zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging gevorderd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof:

- aan het eerste bewijsmiddel op pagina 7 van het vonnis van 25 februari 2021, inhoudende de verklaring die de verdachte op de zitting van 11 februari 2021 heeft afgelegd, de volgende passage uit de verklaring van de verdachte op de zitting van 11 februari 2021, p. 2, toevoegt:

“Ik ben de jongen die op de getoonde foto is aangeduid als dader 1”.;

- aan het vierde bewijsmiddel op pagina 7 van het vonnis van 25 februari 2021, inhoudende de verklaring van getuige [getuige], de volgende passage uit het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 14 oktober 2020, p. 28, toevoegt:

“Ik zie op de foto ook een licht getinte jongen van Marokkaans of Turkse afkomst. Dat is een van de jongens die later, buiten voor [slachtoffer] blanke jongen 2 heeft mishandeld. Ik noem hem dader 1.”

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe , mr. C.J. van der Wilt en mr. V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 september 2021.

mr. V.M.A. Sinnige is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.