Strafrecht overig
Diefstal Redbull en tiramisu van AH. Bevestiging vonnis behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering…
Gerechtshof Amsterdam, 15 april 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:3625 · Gerechtshof Amsterdam · 15 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-3625
Zaakgegevens
Op 15 april 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 april 2021
- Datum publicatie
- 23 november 2021
- Zaaknummer
- 23-000113-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3625
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Diefstal Redbull en tiramisu van AH. Bevestiging vonnis behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging en met dien verstande dat het hof de strafmotivering vervangt en artikel 63 Sr toevoegt bij de toepasselijke wetsartikelen.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000113-19
datum uitspraak: 15 april 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 december 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 13-257875-18 en 23-003132-16 (TUL) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1989,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof de strafmotivering vervangt door onderstaande strafmotivering en artikel 63 Sr toevoegt bij de toepasselijke wetsartikelen.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het in het voordeel van de verdachte zou zijn geweest, indien de zaken tegen de verdachte met parketnummers 23-000113-19 en 23-004435-18 gevoegd zouden zijn behandeld met onderhavige zaak. De raadsvrouw verzoekt in dat verband de verdachte een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarbij het onvoorwaardelijke deel van de aan de verdachte op te leggen gevangenisstraf niet uitstijgt boven de duur van het ondergane voorarrest.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van Redbull en tiramisu bij [winkel]. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendom. Dergelijke feiten brengen naast materiële schade ook overlast voor het personeel van het betrokken winkelbedrijf mee.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 maart 2021 is hij eerder voor (vermogens)misdrijven onherroepelijk veroordeeld. Dit weegt in het nadeel van de verdachte.
Gelet op speciale recidive volstaat naar het oordeel van het hof geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft het hof acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen van winkeldiefstal worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Mede in dat licht acht het hof de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf van drie weken, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Noch in het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, noch in hetgeen de raadsvrouw in hoger beroep naar voren heeft gebracht, ziet het hof aanleiding om tot een mildere strafoplegging te komen.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 mei 2017 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. De politierechter heeft in eerste aanleg de tenuitvoerlegging van de vordering gelast voor de duur van twee maanden. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Het hof acht – in overeenstemming met de advocaat-generaal en de raadsvrouw – termen aanwezig de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Amsterdam van 19 december 2018, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 mei 2017, parketnummer 23-003132-16, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 april 2021.
mrs. De Werd en Greve zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]