Strafrecht overig

Handelen in strijd met art. 2 onder B van de Opiumwet

Gerechtshof Amsterdam, 11 januari 2021

Zaakgegevens

Op 11 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
11 januari 2021
Datum publicatie
16 februari 2021
Zaaknummer
23-001581-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:396
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Handelen in strijd met art. 2 onder B van de Opiumwet

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-036159-20

parketnummer hoger beroep : 23-001581-20

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 11 januari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 juni 2020 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

Gepleegd op 10 januari 2020 te Amsterdam.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen goed, te weten een geldbedrag van € 250.

Gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, in bijzijn van mr A.S. de Bruin, griffier.

mr. M.F.J.M. de Werd