Strafrecht overig
Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
Gerechtshof Amsterdam, 9 februari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:424 · Gerechtshof Amsterdam · 9 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-424
Zaakgegevens
Op 9 februari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 februari 2021
- Datum publicatie
- 16 februari 2021
- Zaaknummer
- 23-001611-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:424
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 9 februari 2021deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2021:424
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 december 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1223Hoge Raad · 14 februari 2023
ECLI:NL:HR:2023:177Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2023
ECLI:NL:PHR:2023:328Hoge Raad · 16 mei 2023
ECLI:NL:HR:2023:723
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-010951-19
parketnummer hoger beroep : 23-001611-19
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 9 februari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 april 2019 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Gewezen door mr. R.D. van Heffen, in bijzijn van mr A.S. de Bruin, griffier.
mr. R.D. van Heffen