Strafrecht overig

AMA. Vernietiging vonnis, bewezenverklaring diefstal en oplegging gevangenisstraf 2 weken voorwaardelijk…

Gerechtshof Amsterdam, 14 september 2021

Zaakgegevens

Op 14 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 september 2021
Datum publicatie
15 juli 2022
Zaaknummer
23-000846-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:4437
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

AMA. Vernietiging vonnis, bewezenverklaring diefstal en oplegging gevangenisstraf 2 weken voorwaardelijk. Afwijzing voorw. verzoek horen getuige. Gedeeltelijke toewijzing vordering BP, overige n-o, oplegging schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 15-007816-20

parketnummer hoger beroep : 23-000846-20

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 14 september 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 maart 2020 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen:

geboren: op [geboortedatum]

adres: [adres]

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal,

gepleegd op 11 augustus 2018 te Zandvoort.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.310,10 (duizend driehonderdtien euro en tien cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.310,10 (duizend driehonderdtien euro en tien cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 26 (zesentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 augustus 2018.

Wijst af het (voorwaardelijke) verzoek tot het horen als getuige van verbalisant [verbalisant].

Gewezen door mr. M.J.A. Duker, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.

mr. M.J.A. Duker