Strafrecht overig
Bevestiging met bespreking ter terechtzitting gevoerd verweer.
Gerechtshof Amsterdam, 20 januari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:85 · Gerechtshof Amsterdam · 20 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-85
Zaakgegevens
Op 20 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 januari 2021
- Datum publicatie
- 21 januari 2021
- Zaaknummer
- 23-002896-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:85
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bevestiging met bespreking ter terechtzitting gevoerd verweer.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002896-19
datum uitspraak: 20 januari 2021
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer
15-106241-19 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1975,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof, naar aanleiding van hetgeen de raadsvrouw in hoger beroep naar voren heeft gebracht, het volgende overweegt.
De raadsvrouw heeft gesteld dat de verdachte het vervalste paspoort heeft aangeboden aan een medewerkster van de [luchtvaartmaatschappij] en niet, zoals is ten laste gelegd, aan de brigade grenscontrole.
Het verweer wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen, die het hof, in geval beroep in cassatie wordt ingesteld, zal uitwerken in een aanvulling met de bewijsmiddelen.
Kort samengevat komt uit een van die bewijsmiddelen, te weten het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Politie en Beveiliging (pv p. 8), het volgende naar voren. De verbalisanten kregen een melding om naar een balie in de vertrekpassage op Schiphol te gaan. Daar troffen zij een man aan en een medewerkster van de [luchtvaartmaatschappij] . De laatste zei dat de man een document had aangeboden dat in het systeem van [luchtvaartmaatschappij] als verloren/gestolen was geregistreerd. Daarna vroeg de verbalisant [verbalisant 1] de man, verdachte, om zijn document. De verbalisant zag dat de verdachte hem het – naar later bleek – vervalste Britse paspoort overhandigde.
Uit de context begrijpt het hof dat beide verbalisanten deel uit maakten van een brigade die was belast met de grenscontrole op de luchthaven Schiphol en dat derhalve het paspoort is aangeboden aan de brigade grenscontrole.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. N.A. Schimmel en mr. P.C. Kortenhorst, in tegenwoordigheid van mr. B. van Vliet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 januari 2021.
=========================================================================
[…]