Strafrecht overig

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Na aanhouding raadsman niet meer gemachtigd. Geen grieven bekend.

Zaakgegevens

Op 5 januari 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 januari 2022
Datum publicatie
5 januari 2022
Zaaknummer
23-002346-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:14
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Na aanhouding raadsman niet meer gemachtigd. Geen grieven bekend.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002346-21

datum uitspraak: 22 december 2021

TEGENSPRAAK (na aanhouding raadsman niet meer gemachtigd)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 augustus 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 15-208450-21, 13-012333-19 (TUL), 13-127479-20 (TUL) en 13-292633-20 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres].

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 december 2021.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De strafzaak tegen de verdachte is op 5 oktober 2021 aangevangen met een pro forma behandeling. Die dag is de raadsman van de verdachte verschenen. De raadsman was op dat moment gemachtigd om de verdachte te verdedigen. Tijdens die zitting zijn geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven. De behandeling van de zaak is vervolgens bepaald aangehouden tot de zitting van 22 december 2021.

Op de zitting van 22 december 2021 is de verdachte wederom niet verschenen. De verschenen raadsman bleek niet langer gemachtigd te zijn.

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Op grond van het vorenstaande en gehoord de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte niet ontvangen dient te worden in het door hem ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. V. Mul en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 december 2021.

Mr. Mul en mr. Kuiper zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.