Strafrecht overig

Beschikking schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis

Zaakgegevens

Op 11 juli 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
11 juli 2022
Datum publicatie
27 juli 2022
Zaaknummer
23-001841-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:2216
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beschikking schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis

Uitspraak

Inhoudsopgave

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

SCHORSING VOORLOPIGE HECHTENIS

Het hof heeft bij beslissing van heden in de strafzaak van:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans verblijvende in P.I. Ter Apel, Gevangenis Postbus 69 9560AB Ter Apel,

Gezien de stukken, waaronder het vonnis van 10 juni 2021;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting van 11 juli 2022 waarbij verdachte is gehoord;

Gehoord de advocaat-generaal;

De beoordeling

Het hof acht termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen onder de navolgende voorwaarden.

De beslissing

Het hof:

SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 12 juli 2022 om 12:00 uur,

zulks onder de voorwaarden dat de verdachte:

1. indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;

2. ingeval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;

3. bij iedere oproeping vanwege een justitiële instantie in persoon zal verschijnen;

4. zich niet zal schuldig maken aan strafbare feiten;

5. elke adreswijziging schriftelijk door zal geven aan de advocaat-generaal in het ressortsparket Amsterdam onder vermelding van 23-001841-21.

Aldus gegeven te Amsterdam ter terechtzitting van 11 juli 2022 door

mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, voorzitter,

mrs. P. Greve en R.D. van Heffen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons als griffier.

De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.