Strafrecht overig
Bevestiging vonnis met dien verstande dat de overweging van de rechtbank m.b.t. voorwaardelijk opzet wordt…
ECLI:NL:GHAMS:2022:2228 · Gerechtshof Amsterdam · 28 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-2228
Zaakgegevens
Op 28 juli 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 juli 2022
- Datum publicatie
- 28 juli 2022
- Zaaknummer
- 23-000296-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2228
Samenvatting
Bevestiging vonnis met dien verstande dat de overweging van de rechtbank m.b.t. voorwaardelijk opzet wordt vervangen door een overweging van het hof m.b.t. vol opzet, en met een aanvullende strafoverweging.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000296-22
datum uitspraak: 28 juli 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 februari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-283739-21 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortedatum]
thans gedetineerd in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van14 juli 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Vordering openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de overweging van de rechtbank met betrekking tot het voorwaardelijk opzet op hierna te melden wijze vervangt door een eigen overweging, en de overwegingen omtrent de straf aanvult.
Het hof acht de aangedragen persoonlijke omstandigheden van de verdachte en hetgeen de raadsman verder in het kader van zijn strafmaatverweer (in het licht van de Regeling Tijdelijk Verlaten van de Inrichting (RTVI)) heeft aangevoerd niet voldoende zwaarwegend om tot een lagere straf dan de straf zoals opgelegd door de rechtbank te komen. De rechtbank heeft kennelijk als uitgangspunt de ondergrens van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) genomen, wat het hof alleszins passend en geboden vindt.
Vervangende bewijsoverwegingen ten aanzien van het opzet
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op 20 oktober 2021 per vliegtuig wilde uitreizen van Schiphol naar Las Palmas, Spanje. In de ruimbagage van de verdachte zijn vijf pakketten met in totaal 5.163 gram van een materiaal bevattende heroïne aangetroffen.
Het hof stelt voorop dat als beginsel heeft te gelden dat een passagier die per vliegtuig reist en bagage bij zich heeft, met de inhoud daarvan bekend is en voor die inhoud ook verantwoordelijk is. De verdachte heeft verklaard dat hij (via een vriend) is benaderd door een hem onbekend persoon met de vraag om pakketten mee te nemen op een vlucht van Schiphol naar Las Palmas. De verdachte heeft de door hem meegevoerde pakketten van de onbekende man aangenomen en hij heeft de man niet bevraagd over de inhoud van de met zwart plastic omwikkelde pakketten.
De verdachte heeft de pakketten vervolgens zelf in een koffer gestopt, zonder deze te controleren, terwijl hij ervan uitging dat het om “iets slechts” ging. Bovendien zou hij een geldbedrag van € 5.000,00 voor het vervoeren van deze pakketten krijgen.
Bij deze stand van zaken, in onderling verband en samenhang bezien, gaat het hof ervan uit dat de verdachte bekend was met de aanwezigheid van de heroïne in zijn koffer en concludeert het hof dat de verdachte derhalve (vol) opzet heeft gehad op de uitvoer daarvan uit Nederland.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M.H.P. Houben, mr. C.N. Dalebout en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 juli 2022.
mr. M.M.H.P. Houben is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.