Strafrecht overig
Verdachte en officier van justitie niet-ontvankelijk in hoger beroep (art. 416 lid 2 en 3 Sv).
Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:2230 · Gerechtshof Amsterdam · 14 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-2230
Zaakgegevens
Op 14 juli 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 juli 2022
- Datum publicatie
- 28 juli 2022
- Zaaknummer
- 23-002592-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2230
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte en officier van justitie niet-ontvankelijk in hoger beroep (art. 416 lid 2 en 3 Sv).
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002592-20
datum uitspraak: 14 juli 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van
de rechtbank Noord-Holland van 4 november 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-720054-16 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboortedatum],
adres: [adres]
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
14 juli 2022.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte en door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van het standpunt van de raadsvrouw.
Ontvankelijkheid van de verdachte en de officier van justitie in het hoger beroep
Bij e-mailbericht van 13 juli 2022 heeft de raadsvrouw van de verdachte meegedeeld dat de verdachte haar bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaaft en dat zij het hof verzoekt haar niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
De advocaat-generaal heeft bij e-mailbericht van 13 juli 2022 meegedeeld dat het openbaar ministerie zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaaft en heeft het hof verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
Aangezien ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend
met enig onderzoek van de zaak zullen de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk
worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. S. Clement en mr. R. Oude Breuil, in tegenwoordigheid
van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
14 juli 2022.
mr. R. Oude Breuil is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.