Strafrecht overig
vrijspraak mishandeling, dossier omvat onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen wat zich…
ECLI:NL:GHAMS:2022:2250 · Gerechtshof Amsterdam · 21 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-2250
Zaakgegevens
Op 21 januari 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 januari 2022
- Datum publicatie
- 2 augustus 2022
- Zaaknummer
- 23-001414-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2250
Samenvatting
vrijspraak mishandeling, dossier omvat onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen wat zich precies heeft afgespeeld, strafbepaling voor zaak A op grond van artikel 423 Sv
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001414-20
datum uitspraak: 21 januari 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 juli 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-241726-19 (zaak A) en 13-257955-19 (zaak B) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortedatum],
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 januari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Omvang van het hoger beroep
De verdachte is bij het hierboven genoemde vonnis van 1 juli 2020 voor het in de zaak met parketnummer 13-241726-19 (zaak A) bewezenverklaarde en het in de zaak met parketnummer en 13-257955-19 (zaak B) bewezenverklaarde veroordeeld.
De (voormalig) raadsman van de verdachte en de verdachte hebben op 1 juli 2020 bij twee afzonderlijke aktes hoger beroep ingesteld tegen onderscheidenlijk zaak A en zaak B.
Op 7 januari 2022 is bij het hof een akte tot intrekking van het hoger beroep in zaak A binnengekomen. De raadsman heeft ter terechtzitting bevestigd dat die zaak in appel niet langer voorligt. Het voorgaande betekent dat het hof geen oordeel toekomt met betrekking tot de beslissingen in zaak A. Met betrekking tot de straf ten aanzien van het door de rechtbank onder A bewezenverklaarde zal het hof toepassing geven aan artikel 423, vierde lid, Sv.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep aan de orde, tenlastegelegd dat:
Zaak B :
1.
primair
hij op of omstreeks 26 oktober 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan (zijn, verdachtes, levensgezel) [levensgezel] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- voornoemde [levensgezel] naar achteren heeft geduwd (waardoor ze bijna haar evenwicht verloor) en/of
- voornoemde [levensgezel] tegen de buik, althans tegen het lichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of
- voornoemde [levensgezel] meermalen, althans eenmaal (met gebalde vuist) tegen het oog, althans tegen het gezicht heeft gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 26 oktober 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, zijn levensgezel, [levensgezel], heeft mishandeld door
- voornoemde [levensgezel] naar achteren te duwen (waardoor ze bijna haar evenwicht verloor) en/of
- voornoemde [levensgezel] tegen de buik, althans tegen het lichaam te trappen en/of te schoppen en/of
- voornoemde [levensgezel] meermalen, althans eenmaal (met gebalde vuist) tegen het oog, althans tegen het gezicht te stompen en/of te slaan;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vrijspraak zaak B
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte in de zaak B primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Naar het oordeel van het hof bevat de inhoud van het dossier en hetgeen overigens ter terechtzitting naar voren is gebracht onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen wat er zich op de desbetreffende dag precies heeft afgespeeld tussen de aangeefster en de verdachte. De aangeefster is in hoger beroep nog gehoord door de raadsheer-commissaris en heeft wisselend verklaard ten aanzien van de handelingen die de verdachte jegens haar zou hebben gepleegd. Gelet op het voorgaande is het hof niet tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Oplegging van straf in zaak A
Nu het hoger beroep is gericht tegen het in zaak B tenlastegelegde zal het hof overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid van artikel 423 van het Wetboek van Strafvordering eerst de straf bepalen ten aanzien van de door de rechtbank in zaak A bewezenverklaarde misdrijven.
Het onder A bewezenverklaarde betreft, kort gezegd, belaging en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing.
Het hof zal de straf bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van 14 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het wetboek van Strafrecht.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Bij de op te leggen straf is acht geslagen op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak B primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor het in zaak A bewezenverklaarde op:
een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. D. Radder en mr. D. Abels, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 januari 2022.
mr. D. Abels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
.