Strafrecht overig
Vrijspraak van openlijk in vereniging geweld plegen. Niet met een voor bewezenverklaring vereiste mate van…
Gerechtshof Amsterdam, 30 augustus 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:2532 · Gerechtshof Amsterdam · 30 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-2532
Zaakgegevens
Op 30 augustus 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 augustus 2022
- Datum publicatie
- 30 augustus 2022
- Zaaknummer
- 23-000925-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2532
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van openlijk in vereniging geweld plegen. Niet met een voor bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000925-21
datum uitspraak: 30 augustus 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-069617-19 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 3 februari 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten in uitgaansgelegenheid [uitgaansgelegenheid], in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer], door voornoemde [slachtoffer] meermaals, althans eenmaal, te slaan en/of te duwen en/of vast te houden aan de schouders en/of bovenarmen terwijl een andere persoon, te weten [medeverdachte], voornoemde [slachtoffer] heeft geduwd en/of gestoken.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsvrouw heeft verzocht om de verdachte vrij te spreken, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs biedt dat de verdachte handelingen heeft verricht die bijdroegen aan de geweldpleging jegens [slachtoffer] door de medeverdachte.
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe dat op basis van het dossier niet met een voor bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld om als pleger van het tenlastegelegde te kunnen worden aangemerkt. Op basis van de niet eenduidige verklaringen is onvoldoende duidelijk geworden wanneer en waar in [uitgaansgelegenheid] de verdachte geweld zou hebben gebruikt, noch jegens wie.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. H.A. van Eijk en mr. J. Steenbrink, in tegenwoordigheid van
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
30 augustus 2022.