Strafrecht overig
Niet ontvankelijk gelet op 416 lid 2 Sv
Gerechtshof Amsterdam, 2 februari 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:279 · Gerechtshof Amsterdam · 2 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-279
Zaakgegevens
Op 2 februari 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 februari 2022
- Datum publicatie
- 2 februari 2022
- Zaaknummer
- 23-001748-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:279
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet ontvankelijk gelet op 416 lid 2 Sv
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-070419-21
parketnummer hoger beroep : 23-001748-21
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 25 januari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 juni 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Het hoger beroep tegen opgemeld vonnis is op 15 juni 2021 namens de verdachte ingesteld. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft op 17 september 2021 een aanvang genomen. Nu de raadsman middels een akte intrekken hoger beroep van 21 januari 2022 en bij e-mail van 23 januari 2022 te kennen heeft gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet zij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal zij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. J.J.I. de Jong, in bijzijn van mr. R.M. ter Horst, griffier.
mr. J.J.I. de Jong