Strafrecht overig

Vernieling. Geldboete € 225. BP niet-ontvankelijk. Oplegging schadevergoedingsmaatregel.

Zaakgegevens

Op 25 januari 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
25 januari 2022
Datum publicatie
2 februari 2022
Zaaknummer
23-004449-19
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:282
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vernieling. Geldboete € 225. BP niet-ontvankelijk. Oplegging schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-257994-19

parketnummer hoger beroep : 23-004449-19

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 25 januari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 november 2019 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] ([geboorteland])

adres: [adres]

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Gepleegd


op 28 oktober 2019 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 23, 24, 24c, 36f en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 225,00 (tweehonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 160,71 (honderdzestig euro en eenenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 28 oktober 2019.

Gewezen door mr. J.J.I. de Jong, in bijzijn van mr. R.M. ter Horst, griffier.

mr. J.J.I. de Jong