Strafrecht overig

Aantekening mondeling arrest. Niet meewerken aan de ademanalyse.

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
17 oktober 2022
Datum publicatie
31 oktober 2022
Zaaknummer
23-000320-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3077
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Aantekening mondeling arrest. Niet meewerken aan de ademanalyse.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer(s) eerste aanleg : 96-278734-20 en 23-000016-18 (TUL)

parketnummer hoger beroep : 23-000320-21

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 17 oktober 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 februari 2021 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte01]

voornamen: [verdachte01]

geboren: op [geboortedatum01] 1983 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] )

adres: [adres01] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Gepleegd op 19 september 2020 te Schagen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis .

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden .

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 3 (drie) maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 februari 2019 met parketnummer 23-000016-18, te weten een hechtenis voor de duur van 3 weken, een taakstraf voor de duur van 90 (negentig) uren , bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 45 (vijfenveertig) dagen hechtenis .

Gewezen door mr. D. Radder, in bijzijn van E.C. van Eijck van Heslinga, griffier.

mr. D. Radder