Strafrecht overig
Hoger beroep ingetrokken na aanvang onderzoek. Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
ECLI:NL:GHAMS:2023:221 · Gerechtshof Amsterdam · 31 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2023-221
Zaakgegevens
Op 31 januari 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 januari 2023
- Datum publicatie
- 31 januari 2023
- Zaaknummer
- 23-000043-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:221
Samenvatting
Hoger beroep ingetrokken na aanvang onderzoek. Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000043-22
datum uitspraak: 17 januari 2023
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 januari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-001388-22 tegen
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1965,
adres: [adres01] .
Onderzoek ter terechtzitting
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 januari 2022 en 17 januari 2023.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De raadsman van de verdachte heeft het hof per e-mail van 13 december 2022 geïnformeerd dat hij door zijn cliënt is gemachtigd het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank in te trekken. Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op 11 januari 2022 zodat intrekking van het hoger beroep niet mogelijk is. De verdachte wenst het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de bezwaren tegen het vonnis in te trekken. Ook voor het overige is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak. Daarom zal hij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.P. den Otter en mr. H.A. Stalenhoef, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 januari 2023.
mr. A.P.M. van Rijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.