Strafrecht overig
Primair afdreiging, subsidiair heling. Vrijspraak beide. Tav afdreiging: De verdachte (en anderen) hebben…
ECLI:NL:GHAMS:2023:2212 · Gerechtshof Amsterdam · 28 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2023-2212
Zaakgegevens
Op 28 september 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 september 2023
- Datum publicatie
- 28 september 2023
- Zaaknummer
- 23-002074-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2212
Samenvatting
Primair afdreiging, subsidiair heling. Vrijspraak beide. Tav afdreiging: De verdachte (en anderen) hebben geprobeerd aangever geld afhandig te maken door te dreigen met openbaarmaking van een geheim. 'Voltooide afdreiging' kan niet bewezen worden omdat aangever uiteindelijk niet door deze afdreiging is gedwongen tot afgifte van geld.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002074-20
datum uitspraak: 28 september 2023
TEGENSPRAAK (art. 279 Sv)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 september 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-249779-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Ter terechtzitting van 14 september 2023 was de raadsman van de verdachte niet (meer) gemachtigd, zodat hij niet namens de – niet verschenen – verdachte het woord heeft kunnen voeren.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vrijspraak
Uit het dossier blijkt dat aangever via een datingsite had afgesproken met de toen minderjarige (gewezen) medeverdachte [medeverdachte]. Hij is met aangever mee naar huis gegaan en ze hebben seks gehad. Nadat aangever in slaap is gevallen is [medeverdachte] weggegaan en heeft hij de autosleutel van aangever meegenomen. Vervolgens heeft hij de auto van aangever weggenomen. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij dit heeft gedaan in opdracht van een paar jongens, onder wie de verdachte aan wie hij de inlogcodes van zijn Skype-account had gegeven. Toen aangever ontdekte dat zijn auto weg was heeft hij via Skype contact gezocht met [medeverdachte]. Die heeft hem bericht dat er ‘grotere jongens’ achter zaten en dat hij later terug zou komen met een verzoek. Later die dag zijn er inderdaad verschillende berichten met aangever gewisseld. [medeverdachte] heeft verklaard dat niet hij, maar anderen dat gedaan hebben. De strekking van die berichten was dat aangever een groot geldbedrag (aanvankelijk € 8.000,00) moest betalen. Er werd gedreigd openbaar te maken dat aangever seks had gehad met een minderjarige als hij niet zou betalen. Aangever is echter naar de politie gegaan. Onder regie van de politie heeft aangever het Skype-contact voortgezet. Er werd uiteindelijk afgesproken dat aangever € 3.000,00 in een enveloppe zou stoppen en die in een bushokje bij Utrecht CS zou neerleggen. Aangever heeft toen met medeweten van de politie een enveloppe met € 10,00 in het desbetreffende bushokje neergelegd. De politie heeft geobserveerd dat er kort daarna een auto stopte bij het bushokje en dat – naar later bleek – de verdachte de enveloppe heeft gepakt.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verdachte en één of meer anderen hebben geprobeerd aangever geld afhandig te maken door te dreigen met de openbaring van een geheim. De (uitsluitend) ten laste gelegde voltooide ‘afdreiging’ kan echter niet bewezen worden, omdat aangever uiteindelijk niet door deze bedreiging gedwongen is tot de afgifte van € 10,00. De afgifte is in dit geval met medeweten van de politie gedaan, uitsluitend om de daders aan te kunnen houden. Van het primair ten laste gelegde moet de verdachte daarom worden vrijgesproken.
Subsidiair is ten laste gelegd dat de verdachte zich met een of meer anderen schuldig heeft gemaakt aan de heling van € 10,00. Ook hiervan moet de verdachte worden vrijgesproken, omdat in de gegeven omstandigheden niet bewezen kan worden dat dit geldbedrag door misdrijf verkregen is. Overigens geldt dat in het geval dat daarvan wel sprake zou zijn, een veroordeling zou afstuiten op de regel dat degene die zelf een misdrijf pleegt zich niet tevens schuldig kan maken aan heling van het verkregen goed.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. J. Piena en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van
mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 september 2023.
Mr. Van der Wijngaart is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]