Strafrecht overig
Diefstal van een grote hoeveelheid klapkratten, in vereniging d.m.v. braak. Strafmaatappel. Bevestiging…
ECLI:NL:GHAMS:2023:2487 · Gerechtshof Amsterdam · 24 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2023-2487
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2023
- Datum publicatie
- 24 oktober 2023
- Zaaknummer
- 23-002272-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2487
Samenvatting
Diefstal van een grote hoeveelheid klapkratten, in vereniging d.m.v. braak. Strafmaatappel. Bevestiging vonnis m.u.v. strafoplegging. Oplegging van gevangenisstraf 3 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002272-22
datum uitspraak: 24 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 augustus 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-285456-20 en 01-055188-18 (TUL) tegen
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2001,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen (ook ten aanzien van de beslissing tot afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging), behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Oplegging van straffen
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien weken, waarvan zes weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De raadsman van de verdachte heeft het hof – gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – verzocht om geen straf op te leggen die inhoudt dat de verdachte gedetineerd raakt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft samen met twee anderen ingebroken bij een landbouwbedrijf en daarbij 7200 klapkratten gestolen. Deze kratten vertegenwoordigen een aanzienlijke waarde vanwege het statiegeld waarvoor deze weer kunnen worden ingeleverd. De inbraak is op brutale wijze, midden in de nacht, uitgevoerd. Met zijn handelen heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit, waarbij hij de belangen van het slachtoffer ondergeschikt heeft gemaakt aan zijn eigen financiële belangen. De verdachte heeft hierdoor aanzienlijke schade teweeggebracht en veel onrust en ongemak veroorzaakt. Voorts veroorzaken dit soort feiten maatschappelijke onrust – in dit geval met name onder telers die regelmatig grote hoeveelheden kratten aanwezig hebben die onmisbaar zijn in hun bedrijfsvoering – en brengen een groot gevoel van onveiligheid met zich mee. Voor dergelijke feiten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer passend.
Het hof houdt in het voordeel van de verdachte echter rekening met de jeugdige leeftijd waarop hij het feit heeft begaan, en de positieve wending die de verdachte nadien aan zijn leven lijkt te hebben gegeven. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte twee dagen per week werkt als dakdekker, met behoud van uitkering. Daarnaast heeft hij twee dagen per week therapie en is hij met behulp van een bewindvoerder druk bezig om zijn schulden af te lossen. Verder heeft de verdachte sinds kort een eigen huurwoning. Ook blijkt uit zijn strafblad dat hij na het bewezenverklaarde feit niet meer veroordeeld is voor vermogensdelicten. Dit ondersteunt de gedachte dat de verdachte een positieve weg is ingeslagen. Het hof acht het in het belang van de verdachte, maar ook in het maatschappelijk belang, dat de verdachte zijn werk en woning behoudt en op de goede weg blijft. Daarom zal de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm worden opgelegd. Vanwege de ernst van het feit kan echter niet worden volstaan met een voorwaardelijke straf, zodat de verdachte ook zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en een taakstraf voor de duur van 120 uren passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden .
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis .
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. F.A. Hartsuiker en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 oktober 2023.