Strafrecht overig

Diefstal. Oplegging taakstraf.

Gerechtshof Amsterdam, 10 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 10 oktober 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
10 oktober 2023
Datum publicatie
7 november 2023
Zaaknummer
23-001024-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:2633
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal. Oplegging taakstraf.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001024-22

datum uitspraak: 10 oktober 2023

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 april 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-011866-22 (zaak A), 13-017310-22 (zaak B), 13-027490-22 (zaak C), 13-030178-22 (zaak D), 13-030628-22 (zaak E) en 13-030816-22 (zaak F) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1968,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

26 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen zal aanpassen in een aanvulling op dit verkort arrest, indien beroep in cassatie wordt ingesteld.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair te vervangen door 60 dagen hechtenis, waarvan voorwaardelijk 60 uren, subsidiair te vervangen door 30 uren hechtenis, met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van het voorarrest.

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de mogelijk verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte nu hij ten tijde van de feiten in een manische periode verkeerde en met de toepassing van artikel 63 Wetboek van strafrecht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich in korte tijd vier keer schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk en twee keer aan een winkeldiefstal. Dit zijn vervelende en ernstige feiten die hebben gezorgd voor onrust en hinder bij de winkeliers, medewerkers van hulpinstanties en de nabije omgeving.

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde acht het hof de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één maand in beginsel passend.

Het hof ziet echter in de sterk gewijzigde persoonlijke omstandigheden - zoals deze door de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting naar voren zijn gebracht - aanleiding een taakstraf op te leggen in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof hoopt op die manier de verdachte op de in positieve zin ingeslagen weg te houden.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 138, 139 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 24 januari 2022 onder CJIB nummer [nummer]

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. M.J.A. Plaisier en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 oktober 2023.

mrs. N.E. Kwak, A.R.O. Mooy en I. Peetoom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.