Strafrecht overig

De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Gerechtshof Amsterdam, 8 november 2023

Zaakgegevens

Op 8 november 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
8 november 2023
Datum publicatie
4 december 2023
Zaaknummer
23-000090-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:2932
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000090-23

datum uitspraak: 8 november 2023

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2011 in de strafzaak onder parketnummer 13-268634-10 tegen

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1964,

adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 november 2023.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het namens hem ingestelde hoger beroep, nu de verdachte te laat hoger beroep heeft ingesteld.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte ontvankelijk is in het hoger beroep. Zij heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte niet eerder van de zitting heeft geweten omdat hij destijds kampte met verslavingsproblematiek en op straat leefde. Het verstekvonnis is pas op 27 december 2022 in persoon betekend aan de verdachte en hij heeft vervolgens tijdig, op 9 januari 2023, hoger beroep ingesteld.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 14 februari 2011 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De dagvaarding is de verdachte op 10 december 2010 in persoon betekend. De verdachte is op 14 februari 2011 bij verstek veroordeeld.

Tegen dit vonnis heeft de verdachte, in strijd met het bepaalde in artikel 408, eerste lid onder a, van het Wetboek van Strafvordering, niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 9 januari 2023.

Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. M.J.A. Duker en mr. F.A. Hartsuiker, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 november 2023.