Strafrecht overig

Overtreding van art. 163 lid 2 Wegenverkeerswet 1994. Geldboete van €800,00 en ontzegging van de bevoegdheid…

Zaakgegevens

Op 18 december 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 december 2023
Datum publicatie
5 januari 2024
Zaaknummer
23-001323-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:3563
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Overtreding van art. 163 lid 2 Wegenverkeerswet 1994. Geldboete van €800,00 en ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 300 dagen waarvan 282 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 96-148840-22

parketnummer hoger beroep : 23-001323-23

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 18 december 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 april 2023 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte01]

voornamen: [verdachte01]

geboren: op [geboortedatum01] 1965 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] )

adres: [adres01] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

gepleegd
op 30 mei 2022 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 800,00 (achthonderd euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis .

Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 8 (acht) termijnen van 1 maand , elke termijn groot € 100,00 (honderd euro) .

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 300 (driehonderd) dagen .

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 282 (tweehonderdtweeëntachtig) dagen , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, in bijzijn van T. Zikken, griffier.

mr. S.M.M. Bordenga

De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.