Strafrecht overig

Overtreding van art. 8 lid 2, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (405 microgram). Geldboete van €350,00…

Zaakgegevens

Op 18 december 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 december 2023
Datum publicatie
5 januari 2024
Zaaknummer
23-001304-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:3564
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Overtreding van art. 8 lid 2, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (405 microgram). Geldboete van €350,00 en voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-213635-22

parketnummer hoger beroep : 23-001304-23

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 18 december 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte01]

voornamen: [verdachte01]

geboren: op [geboortedatum01] 2000 te [geboorteplaats01]

adres: [adres01] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (405 microgram).

gepleegd
op 21 augustus 2022 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis .

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden .

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, in bijzijn van T. Zikken, griffier.

mr. S.M.M. Bordenga