Strafrecht overig

Schuldheling. Voorwaardelijke gevangenisstraf 1 week met proeftijd 2 jaren met aftrek.

Zaakgegevens

Op 12 januari 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
12 januari 2024
Datum publicatie
17 januari 2024
Zaaknummer
23-001286-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:110
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Schuldheling. Voorwaardelijke gevangenisstraf 1 week met proeftijd 2 jaren met aftrek.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-069845-23

parketnummer hoger beroep : 23-001286-23

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 12 januari 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 april 2023 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte01]

voornamen:

geboren: op [geboortedatum01] 1975 te [geboorteplaats01] (Polen)

adres: [adres01] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

schuldheling.

gepleegd
op 10 maart 2023 te Aalsmeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week .

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gewezen door mr. R.P. den Otter, in bijzijn van mr. D.M.M. Linskens, griffier.

mr. R.P. den Otter