Strafrecht overig
De politierechter heeft de verdachte voor het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van…
ECLI:NL:GHAMS:2024:1703 · Gerechtshof Amsterdam · 3 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2024-1703
Zaakgegevens
Op 3 juni 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 juni 2024
- Datum publicatie
- 18 juni 2024
- Zaaknummer
- 23-001124-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1703
Samenvatting
De politierechter heeft de verdachte voor het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod en voor diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden. Het hof veroordeelt de verdachte voor het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod en voor diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, tot een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 3 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-298434-21 en 15-028934-22 (gev. ttz in eerste aanleg)
parketnummer hoger beroep : 23-001124-23
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van
3 juni 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 september 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 15-298434-21 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak met parketnummer 15-028934-22 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
gepleegd
in de zaak met parketnummer 15-298434-21:
op 28 september 2021 te Avenhorn, gemeente Koggenland;
en in de zaak met parketnummer 15-028934-22:
op 15 januari 2022 te Haarlem;
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gewezen door mr. M.J.A. Duker, in bijzijn van B. Akinrolabu, griffier.
mr. M.J.A. Duker