Strafrecht overig

Bevestiging vonnis waarvan beroep met dien verstande dat het hof een aanvullende overweging tav de strafmaat…

Zaakgegevens

Op 5 maart 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 maart 2024
Datum publicatie
5 september 2024
Zaaknummer
23-002590-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2506
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bevestiging vonnis waarvan beroep met dien verstande dat het hof een aanvullende overweging tav de strafmaat opneemt en reageert op het voorwaardelijke verzoek van de verdediging.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002590-23

datum uitspraak: 5 maart 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 september 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-136484-23 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

thans gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 februari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof een aanvullende overweging opneemt ten aanzien van de strafmaat en reageert op het voorwaardelijke verzoek van de verdediging.

Aanvullende overweging ten aanzien van de strafmaat

De persoonlijke omstandigheden, zoals die door de verdachte en de raadsman in hoger beroep nogmaals zijn benadrukt, zijn naar het oordeel van het hof niet zodanig specifiek dat ze redenen geven tot afwijking van de door de rechtbank opgelegde straf, die naar het oordeel van het hof passend en geboden is.

Voorwaardelijk verzoek

Het hof legt aan de verdachte een straf op die gelijk is aan de door de rechtbank opgelegde straf. Dit betekent dat de voorwaarde, verbonden aan het voorwaardelijke verzoek van de raadsman, is vervuld en dat het hof aan de beoordeling hiervan toekomt.

Het hof is van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak door de verdachte zelf en door zijn raadsman meer dan voldoende zijn belicht. Het hof acht zich op dit punt dan ook voldoende voorgelicht en nadere rapportage van de reclassering hieromtrent niet noodzakelijk.

Gelet op het voorgaande wijst het hof het verzoek af.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. P.F.E. Geerlings en mr. G.J.M. Kruizinga, in tegenwoordigheid van

mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

5 maart 2024.

mr. I. Peetoom is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.