Strafrecht overig

Op 7 februari 2024 te Schiphol opzettelijk MDMA buiten het grondgebied van Nederland brengen. Bevestiging van…

Gerechtshof Amsterdam, 26 november 2024

Zaakgegevens

Op 26 november 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
26 november 2024
Datum publicatie
26 november 2024
Zaaknummer
23-001252-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3248
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Op 7 februari 2024 te Schiphol opzettelijk MDMA buiten het grondgebied van Nederland brengen. Bevestiging van het vonnis.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001252-24

datum uitspraak: 26 november 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 28 mei 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-044134-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1979,

adres: [adres],

thans gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen. Daarbij merkt het hof ten aanzien van de strafmaat het volgende op.

In het geval van uitvoer van de hoeveelheid aan drugs die de verdachte bij zich had, wordt volgens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 44 tot 46 maanden opgelegd. In hetgeen dat ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden naar voren is gebracht, ziet het hof geen reden om de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf – te weten voor de duur van 42 maanden – te matigen. Temeer niet, nu – indien de door de verdachte naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden niet zouden zijn aangevoerd – hem hoogstwaarschijnlijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 44 tot 46 maanden zou zijn opgelegd. Nu de rechtbank bij de strafmaat reeds rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, ziet het hof aanleiding om het vonnis te bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. R.A.E. van Noort en mr. P.K. van Riemsdijk, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Damo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 november 2024.

De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.