Strafrecht overig

Bevestiging vonnis muv straf, in zoverre wordt het vonnis vernietigd. Hof legt taakstraf op voor 28 uren.

Zaakgegevens

Op 19 januari 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
19 januari 2024
Datum publicatie
15 februari 2024
Zaaknummer
23-001482-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:327
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bevestiging vonnis muv straf, in zoverre wordt het vonnis vernietigd. Hof legt taakstraf op voor 28 uren.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001482-23

datum uitspraak: 19 januari 2024

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-040138-23 tegen

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1985,

adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit dan ook bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf. Het hof zal het vonnis derhalve vernietigen ten aanzien van de strafoplegging. Ook zal het hof de bewijsmiddelen weergeven in een aanvulling op dit verkort arrest, indien beroep in cassatie wordt ingesteld.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 28 uren, subsidiair 14 dagen hechtenis.

De raadsvrouw heeft zich niet uitgelaten over de strafmaat.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van het slachtoffer door haar te slaan en te stompen. Het slachtoffer heeft daardoor ook letsel opgelopen, namelijk een bult op haar hoofd. Door zo te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit en haar veiligheidsgevoel, te meer nu het feit zich in de woning van het slachtoffer heeft afgespeeld. Dit wordt de verdachte aangerekend omdat mensen zich juist in hun eigen huis veilig moeten kunnen voelen.

Het hof ziet, anders dan de politierechter, geen aanleiding tot het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis .

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. E. Mijnsberge en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 januari 2024.