Strafrecht overig

AMA. Bevestiging vonnis met uitzondering opgelegde straf. Oplegging taakstraf 80 uur/hechtenis 40 dagen…

Zaakgegevens

Op 16 december 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 december 2024
Datum publicatie
30 december 2024
Zaaknummer
23-000453-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3581
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

AMA. Bevestiging vonnis met uitzondering opgelegde straf. Oplegging taakstraf 80 uur/hechtenis 40 dagen voorwaardelijk met proeftijd 1 jaar en ontzegging rijbevoegdheid 8 maanden voorwaardelijk met proeftijd 1 jaar. Afstand verdachte en AG.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 96-146556-23

parketnummer hoger beroep : 23-000453-24

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 16 december 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 februari 2024 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Gewezen door mr. A.M.P. Geelhoed, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.

mr. A.M.P. Geelhoed

De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.