Strafrecht overig

Bevestiging vonnis waarvan beroep.

Zaakgegevens

Op 29 augustus 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 augustus 2024
Datum publicatie
28 februari 2025
Zaaknummer
23-003362-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3709
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bevestiging vonnis waarvan beroep.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003362-23

datum uitspraak: 29 augustus 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 22 december 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-236815-23 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1999,

thans gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

15 augustus 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof is naar aanleiding van het onderzoek in hoger beroep niet gekomen tot andere beslissingen en andere overwegingen dan de rechtbank. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit om die reden bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. C.J. van der Wilt en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van

mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

29 augustus 2024.