Strafrecht overig
Vte wil hb niet handhaven. Vte n-o in hb.
ECLI:NL:GHAMS:2024:3761 · Gerechtshof Amsterdam · 23 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2024-3761
Zaakgegevens
Op 23 oktober 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2024
- Datum publicatie
- 15 april 2026
- Zaaknummer
- 23-000858-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3761
Samenvatting
Vte wil hb niet handhaven. Vte n-o in hb.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 9 april 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:2097Gerechtshof Amsterdam · 23 oktober 2024deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2024:3761
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000858-24
datum uitspraak: 23 oktober 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-334657-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
adres: [adres] ,
thans gedetineerd in [detentieadres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 oktober 2024.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep, en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu de raadsman bij e-mail van 11 oktober 2024 en ter terechtzitting te kennen heeft gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet de verdachte geacht worden de eerder namens hem tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal de verdachte, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. E. Mijnsberge en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van
mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
23 oktober 2024.
Mr. E. Mijnsberge en mr. B.A.A. Postma zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]