Strafrecht overig
Het hof verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Gerechtshof Amsterdam, 11 april 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:931 · Gerechtshof Amsterdam · 11 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2024-931
Zaakgegevens
Op 11 april 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 april 2024
- Datum publicatie
- 15 april 2024
- Zaaknummer
- 23-001088-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:931
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001088-22
datum uitspraak: 28 maart 2024
NIET VERSCHENEN
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 april 2022 in de strafzaak onder parketnummer
13-085966-22 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1991,
opgegeven postadres: [adres 1],
buitenlands adres: [adres 2].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
28 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de advocaat-generaal.
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
Door de advocaat-generaal is een aantal stukken overgelegd waaruit volgt dat een (vertaalde) dagvaarding op 14 februari 2024 is toegezonden naar het adres [adres 2]. Uit gegevens van de SKDB van voornoemde datum volgt dat de verdachte sinds 30 april 2019 in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven op het adres [adres 2].
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 8 april 2022 (pagina 2) volgt dat de verdachte een postadres in Nederland heeft opgegeven, te weten de [adres 1]. Op dit adres is op 21 februari 2024 de dagvaarding aangeboden. Op de akte staat dat de uitreiking niet is gelukt, omdat de geadresseerde niet (meer) op het vermelde adres woont. Niet is gebleken dat een afschrift van de dagvaarding naar het voornoemde adres is verzonden zoals artikel 36g, eerste lid, aanhef en onder b Sv vereist. Het hof stelt vast dat er geen omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 36g, derde lid Sv, op grond waarvan verzending van een afschrift van de dagvaarding achterwege had kunnen blijven.
Uit hetgeen het hof hiervoor heeft vastgesteld, volgt dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting van heden te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend. Nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, zal de dagvaarding op grond daarvan nietig te worden verklaard.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. B.A.A. Postma en mr. A. Boer, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 maart 2024.
Mr. B.A.A. Postma en mr. A. Boer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.