Strafrecht overig
niet-ontvankelijk in hoger beroep
ECLI:NL:GHAMS:2025:1384 · Gerechtshof Amsterdam · 28 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-1384
Zaakgegevens
Op 28 mei 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 mei 2025
- Datum publicatie
- 28 mei 2025
- Zaaknummer
- 23-002931-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1384
Samenvatting
niet-ontvankelijk in hoger beroep
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002931-22
datum uitspraak: 9 mei 2023
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 6 oktober 2022 in de strafzaak onder parketnummer 81-216602-21 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 mei 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep, en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 22 september 2022 te verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam. De verdachte is op die terechtzitting in persoon verschenen. De rechtbank heeft op 6 oktober 2022 naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 september 2022 op tegenspraak vonnis gewezen.
Bij die stand van zaken had de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 408, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering binnen veertien dagen na 6 oktober 2022 in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft op 9 november 2022, en dus te laat, hoger beroep ingesteld. Niet blijkt van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden op grond waarvan de overschrijding van de termijn verschoonbaar kan worden geacht.
Dat op de zitting van 22 september 2022 tegen de verdachte zou zijn gezegd dat hij niet bij de uitspraak op 6 oktober 2022 aanwezig hoeft te zijn, kan niet als een dergelijke omstandigheid worden aangemerkt. Het lag hoe dan ook op de weg van de verdachte om zich zo spoedig mogelijk na de uitspraak op de hoogte te stellen van het vonnis. Ook de omstandigheid dat de verdachte in eerste aanleg niet is bijgestaan door een raadsman leidt niet tot een ander oordeel.
Gelet op het bovenstaande dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. T. de Bont en mr. S. Jongeling, in tegenwoordigheid van B.F. van den Kommer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 mei 2023.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.