Strafrecht overig

Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Gerechtshof Amsterdam, 5 juni 2025

Zaakgegevens

Op 5 juni 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 juni 2025
Datum publicatie
23 juni 2025
Zaaknummer
23-002280-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:1621
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002280-22

datum uitspraak: 5 juni 2025

TEGENSPRAAK (na aanhouding niet verschenen)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 augustus 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 15-088091-22, 13-098928-20 (TUL), 13-234297-20 (TUL) en 16-153517-21 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

5 juni 2025.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot

niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is op 9 november 2022 aangevangen en geschorst. Op 17 februari 2023 is het onderzoek ter terechtzitting opnieuw geschorst. Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 24 april 2025 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. H.A. van Eijk en mr. P.K. van Riemsdijk, in tegenwoordigheid van

mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

5 juni 2025.

mr. P.K. van Riemsdijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.