Strafrecht overig

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging na het overlijden van de verdachte. Benadeelde partij…

Zaakgegevens

Op 9 januari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
9 januari 2025
Datum publicatie
27 januari 2025
Zaaknummer
23-000103-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:164
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging na het overlijden van de verdachte. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000103-21

datum uitspraak: 9 januari 2025

TEGENSPRAAK (raadsman verschenen)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 december 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-669019-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

[adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
9 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Blijkens een akte van overlijden van 12 november 2024 is de verdachte op 10 november 2024 in [plaats] overleden. Ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering door de dood van de verdachte. Hieruit volgt dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het primair en subsidiair tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. W.S. Ludwig en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
9 januari 2025.