Strafrecht overig

bevestiging vonnis met toevoeging artikel 63 Sr

Zaakgegevens

Op 28 januari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
28 januari 2025
Datum publicatie
28 januari 2025
Zaaknummer
23-000010-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:172
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

bevestiging vonnis met toevoeging artikel 63 Sr

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000010-24

datum uitspraak: 28 januari 2025

TEGENSPRAAK (raadsman eerder gemachtigd, thans niet verschenen)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 december 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 13-197727-23 en 13-090140-22 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht wordt toegevoegd aan de toepasselijke wettelijke voorschriften.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. M.J.A. Duker, en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van

mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 januari 2025.