Strafrecht overig
Bevestiging vonnis waarvan beroep met aanvullende strafmaatoverweging.
ECLI:NL:GHAMS:2025:2038 · Gerechtshof Amsterdam · 19 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-2038
Zaakgegevens
Op 19 juni 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 juni 2025
- Datum publicatie
- 1 augustus 2025
- Zaaknummer
- 23-000422-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2038
Samenvatting
Bevestiging vonnis waarvan beroep met aanvullende strafmaatoverweging.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000422-25
datum uitspraak: 19 juni 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 februari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-037272-25 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
[adres]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 juni 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof een aanvullende strafmaatoverweging opneemt.
Oplegging van straf
Het hof heeft onder meer kennisgenomen van het Franse uittreksel uit de Justitiële Documentatie van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte twee keer eerder (in 2016 en 2024) onherroepelijk is veroordeeld in Frankrijk voor soortgelijke feiten, waarvoor hij respectievelijk een gevangenisstraf van 4 jaar en een gevangenisstraf van 2 jaar en 6 maanden (allebei met een deel voorwaardelijk) opgelegd heeft gekregen.
Wat de raadsman in hoger beroep heeft aangevoerd ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte met het verzoek een lagere gevangenisstraf op te leggen, legt naar het oordeel van het hof gelet op voornoemde recidive en in het licht van de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd onvoldoende gewicht in de schaal om tot een andere straf te komen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. N. van der Wijngaart en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 juni 2025.
mr. N. van der Wijngaart is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.